Je kent het wel. Die vriend die bij elke afspraak minstens een halfuur te laat komt. Die collega die iedere vergadering binnen schuifelt als iedereen al zit. Of misschien ben jij het zelf wel, en vraag je je af waarom je – ondanks alle goede bedoelingen – keer op keer te laat arriveert. Chronisch te laat komen lijkt op het eerste gezicht gewoon een kwestie van slechte planning of gebrek aan discipline. Maar de psychologie achter onpunctualiteit is een stuk interessanter dan je zou denken. Het heeft meestal weinig te maken met luiheid of gebrek aan respect. De werkelijkheid is complexer, fascinerender, en soms zelfs een beetje confronterend.
Je interne klok loopt gewoon anders dan die van anderen
Hier wordt het echt interessant. Niet iedereen ervaart tijd op dezelfde manier. Onderzoek van psycholoog Jeff Conte en zijn collega’s toonde aan dat verschillende persoonlijkheidstypes een fundamenteel andere tijdsperceptie hebben. In hun studie moesten proefpersonen in hun hoofd zestig seconden aftellen. Type A-persoonlijkheden telden 58 seconden – je weet wel, die gestresste, gedreven types die altijd multitasken. Behoorlijk accuraat. Type B-persoonlijkheden daarentegen, de meer ontspannen soorten mensen, telden door tot 77 seconden voordat ze dachten dat een minuut voorbij was.
Zeventien seconden verschil. Bijna dertig procent afwijking. Als jouw hersenen tijd zo anders verwerken, is het geen wonder dat je constant te laat bent. Voor jou voelen vijf minuten aan als drie minuten. Je bent niet expres aan het traineren – je interne tijdmeter geeft je gewoon andere informatie dan de rest van de wereld.
De optimisme-val: waarom je denkt dat je nog drie dingen kunt doen voor je de deur uitgaat
Dan is er nog de beroemde planning fallacy door Kahneman en Amos Tversky, de Nobelprijswinnende psychologen. Dit is de menselijke neiging om systematisch te onderschatten hoeveel tijd taken in beslag nemen. Chronische laatkomers zijn hier absolute kampioenen in. Ze denken oprecht dat ze in tien minuten kunnen douchen, ontbijten, hun haar doen, de hond uitlaten en naar het station rijden. Hint: dat kan niet.
Het fascinerende is dat dit vooral speelt bij optimistische mensen. Hun geheugen werkt selectief: ze onthouden de ene keer dat ze super snel klaar waren, maar vergeten handig alle momenten dat ze vast stonden in het verkeer of hun sleutels niet konden vinden. Hun hersenen creëren een soort hoogtepuntenfilm van hun beste prestaties, en dat wordt hun standaard verwachting. Het resultaat? Ze plannen hun leven alsof alles altijd perfect verloopt. En omdat het leven per definitie niet perfect verloopt, komen ze structureel te laat.
Het perfectionisme-paradox: te laat komen omdat alles perfect moet zijn
Plot twist: veel chronische laatkomers zijn eigenlijk perfectionisten. Klinkt tegenstrijdig? Denk er eens over na. Ze kunnen niet vertrekken voordat hun haar precies goed zit. Die e-mail moet nóg één keer worden nagekeken. Die presentatie moet net even worden bijgewerkt voordat ze naar de vergadering gaan.
Psychologe Linda Sapadin beschrijft dit fenomeen als de perfectionistische procrastinator. Deze mensen stellen het moment van vertrekken uit omdat ze nog niet helemaal tevreden zijn met wat ze achterlaten. Het paradoxale is dat hun streven naar perfectie ervoor zorgt dat ze juist een imperfecte indruk maken: die van iemand die onbetrouwbaar is. Ze willen alles zo goed mogelijk doen dat ze uiteindelijk te laat arriveren – het enige wat echt telt.
Controle en rebellie: je tijd terugeisen
Organisatiepsycholoog Diana DeLonzor wijdde een volledig boek aan chronische onpunctualiteit en kwam tot een intrigerende conclusie: soms is te laat komen een passief-aggressieve manier om controle uit te oefenen. Niet altijd bewust, maar het gebeurt wel.
We leven in een maatschappij die obsessief aan de klok hangt. Van vergaderingen tot treinvertrektijden, van schoolbellen tot afsluitingstijden – ons hele leven is gesynchroniseerd met externe tijdschema’s. Te laat komen kan een onderbewuste manier zijn om te zeggen: jullie bepalen niet volledig over mijn tijd. Het is een subtiele vorm van rebellie, een manier om een beetje autonomie te behouden in een wereld vol verplichtingen.
Dit verklaart waarom sommige mensen altijd te laat zijn voor werk, maar nooit voor hun favoriete concert. Als ze ergens écht naartoe willen, staan ze een uur van tevoren te wachten. Het gaat niet om tijdmanagement – het gaat om wat die afspraak voor hen betekent.
Time blindness: als je hersenen tijd gewoon niet snappen
Een andere belangrijke factor is impulsiviteit en afleidbaarheid. Onderzoek naar ADHD heeft aangetoond dat sommige mensen last hebben van wat psychologen time blindness noemen – een verminderd besef van tijd. Deze mensen beginnen op weg naar de deur nog snel aan een taak, raken daar volledig in verzonken, en realiseren zich pas uren later dat ze allang weg hadden moeten zijn.
Dit heeft te maken met executieve functies in de prefrontale cortex, het deel van je hersenen dat verantwoordelijk is voor planning, prioritering en tijdsbesef. Bij sommige mensen werkt dit systeem gewoon minder effectief, ongeacht hun intelligentie of goede bedoelingen. Het is niet dat ze niet willen – hun hersenen zijn letterlijk minder goed uitgerust om tijd accuraat te verwerken.
Sociale angst vermomd als slechte tijdsplanning
Hier wordt het echt psychologisch interessant. Sommige mensen komen strategisch te laat om ongemakkelijke sociale situaties te vermijden. Te laat arriveren op een feest betekent dat je die awkward beginfase niet hoeft mee te maken, wanneer je alleen met de gastheer staat en niet weet wat je moet zeggen. Te laat komen op een vergadering betekent geen verplichte small talk.
Onderzoek naar sociale angst toont aan dat vermijdingsgedrag – waaronder te laat komen – een veelvoorkomende copingstrategie is. De persoon heeft geleerd dat later arriveren minder stressvol is, en dat gedrag wordt onbewust versterkt. Het is geen gezonde strategie, maar wel een begrijpelijke.
Wat te laat komen doet met anderen
Hier komt de ongemakkelijke waarheid: chronisch te laat komen heeft impact op anderen. Onderzoek naar groepsdynamiek laat zien dat structurele onpunctualiteit meerdere gevolgen heeft. Vertrouwen brokkelt af: als je niet op tijd komt, gaan mensen ook aan je betrouwbaarheid op andere gebieden twijfelen. Stress verspreidt zich omdat anderen jouw vertraging moeten opvangen, en dat creëert frustratie en spanning.
Wat voor de laatkomer voelt als “maar tien minuutjes” voelt voor de wachtende persoon als gebrek aan respect. Zelfs als dat niet de intentie is, zo wordt het wel ervaren. Vergaderingen beginnen later, schema’s lopen uit, projecten vertragen. Vooral in romantische relaties blijkt chronisch te laat komen een veelgenoemde bron van conflicten.
Cultuur speelt een grotere rol dan je denkt
Interessant detail: punctualiteit is niet universeel. Sociaal psycholoog Robert Levine deed uitgebreid onderzoek naar tijdsperceptie in verschillende culturen en ontdekte enorme verschillen. In landen als Zwitserland en Duitsland wordt stiptheid gezien als een morele kwaliteit. Te laat komen is niet alleen onbeleefd – het zegt iets over je karakter.
In mediterrane landen en Latijns-Amerika daarentegen bestaat een veel ontspannener houding tegenover tijd. Daar heeft men zelfs de term hora latina – Latijnse tijd – waarbij afspraken meer als richtlijnen dan absolute tijdstippen worden gezien. Dat betekent niet dat mensen daar minder betrouwbaar of respectvol zijn. Ze hebben gewoon een andere sociale constructie van wat tijd betekent en hoe belangrijk exacte punctualiteit is.
Kunnen chronische laatkomers veranderen?
Het goede nieuws: ja, verandering is mogelijk. Maar het vraagt meer dan gewoon een betere wekker of meer alarmen instellen. Psychologen benadrukken dat echte verandering begint met bewustwording van het onderliggende patroon. Kom je te laat omdat je tijd verkeerd inschat? Omdat je controle wilt behouden? Omdat je perfectionistisch bent? Omdat je sociaal angstig bent?
Strategieën die volgens onderzoek effectief zijn, omvatten realistische tijdsinschatting oefenen door een week lang bij te houden hoelang taken werkelijk duren. De confrontatie met de harde cijfers kan echt een eye-opener zijn. Daarnaast helpt het om buffertijd in te bouwen: plan niet om precies op tijd te zijn, maar om vijftien minuten te vroeg te zijn. Dan heb je bij kleine vertragingen nog steeds marge.
Externe structuur kan ook helpen: meerdere alarmen, vrienden die je bellen als reminder, apps die real-time reistijd en verkeer monitoren. Maar als het onderliggende probleem angst of perfectionisme is, lost alleen aan tijdmanagement werken het niet op. Dan is mogelijk therapie of coaching nodig om de echte oorzaak aan te pakken.
Waarom we überhaupt zo gefixeerd zijn op punctualiteit
Even een stapje terug. Onze moderne obsessie met exacte punctualiteit is historisch gezien vrij recent. Vóór de uitvinding van nauwkeurige klokken en vooral vóór de industriële revolutie hadden mensen een veel vloeiender relatie met tijd. Je sprak af bij zonsondergang, na de oogst, of gewoon “deze week nog”.
De fixatie op minuutprecisie ontstond pas toen fabrieken werknemers nodig hadden die allemaal tegelijk aan het werk gingen. Treinen moesten volgens schema’s rijden. De moderne economie draait op synchronisatie. Onze huidige obsessie met tijd is eigenlijk een product van industrialisatie en kapitalisme.
Dat maakt chronisch te laat komen niet oké in onze huidige maatschappij – maar het relativeert wel de morele oordelen die we eraan verbinden. Iemand die structureel te laat komt is niet per definitie een slecht of respectloos mens. Het is iemand wiens cognitieve stijl, persoonlijkheid of emotionele patronen niet goed matchen met de temporele eisen van onze moderne wereld.
Chronisch te laat komen is dus veel meer dan een simpele slechte gewoonte. Het is een complex gedragspatroon dat geworteld kan zijn in hoe je hersenen tijd waarnemen, hoe je met stress omgaat, welke persoonlijkheidstrekken je hebt, en welke culturele achtergrond je meebrengt. Voor chronische laatkomers: begrip van waarom je dit patroon vertoont is de eerste stap naar verandering. Voor degenen die wachten: een beetje meer empathie maakt het voor iedereen draaglijker. En wie weet kunnen we als samenleving ook af en toe accepteren dat niet alles tot op de seconde gepland hoeft te zijn.
Inhoudsopgave
